Nederlands Golfmuseum – Open Hickory toernooi

 

1. Hickory Golf op Bleijenbeek

Het hossen en hijsen is alweer voorbij, evenals de katers en de wallen onder de ogen. Afgeschminkt en in ons gewone kloffie.

Maar niet voor lang!

Zaterdag 13 april a.s. wordt er, alweer voor de vierde keer in successie, het ‘Nederlands Golfmuseum Open Hickory Toernooi’ gespeeld. Op onze eigen Bleijenbeekse golfbaan.
Hickory Golf dankt zijn naam aan de clubs waarmee wordt gespeeld.

Deze zijn gemaakt van het hout van de hickoryboom, een notenboom die vooral veel voorkomt in de Verenigde Staten. Hickory hout, ook wel hamerstelenhout genoemd, heeft de juiste torsie, is opmerkelijk soepel en over een grote lengte knoestvrij. Hierdoor bleek het uitermate geschikt voor het vervaardigen van golfclubs.

En dat deed men dan ook eind 19e, begin 20e eeuw.

Nostalgie viert hoogtij en voor dit toernooi, waaraan iedereen, pro, amateur en rabbit, kan meedoen, kleden wij ons in stijlvolle traditionele golfkleding om vervolgens met antieke stokken over de baan te gaan.

Bleijenbekers, laat je weer zien! Heb je geen oude stokken? Een setje bestaat uit ca 7 stokken en tas met stokken kunnen die dag voor slechts € 30 worden gehuurd. En kleding? Ach, herkent u zich op de foto? Dat levert dus geen probleem op. Ervaar het golfen uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Het is leuk en ook nog eens bevorderlijk voor je spel, want je slaat rustiger en minder ver.

 

2. Colf en Kolven en zo naar Golf

Voor Nederland zou het beginnen in 1297 in Loenen aan de Vecht. Op school leerden we: “1296 Floris de vijfde door d’edelen vermoord” Ik zeg ‘leerden’, want ik geloof niet dat dit nog wordt onderwezen. Maar we kennen de geschiedenis nog wel. Floris V was door een achttal edelen gevangen genomen en werd bij een poging hem te bevrijden op 27 juni 1296 door Gerard van Velzen vermoord. Gerard van Velzen verschanste zich vervolgens in zijn burcht Kronenburg in Loenen aan de Vecht, waar hij zich na een beleg van zes maanden op 26 december 1296 wegens voedselgebrek moest overgeven. Voor zijn eigen kasteel wordt hij gemarteld en gedood. Daarna gaat het verhaal dat vanaf elk volgend jaar op 2e Kerstdag een (golf?)toernooi wordt gehouden langs dezelfde route als waarlangs Gerard van Velzen in een ton met grote ijzeren pinnen aan de binnenkant door Loenen is gerold. Er waren twee teams van vier spelers die met stokken een leren of houten bal voort sloegen vanaf het Rechthuis in Loenen via de keukendeur van het kasteel Kronenburg naar de molen. Maar was dat wel golf en sterker nog, het is een partij die in werkelijkheid nooit kan zijn gespeeld?

Wij van Golfclub Bleijenbeek kennen zeker ook het verhaal van Pieter van Afferden, die in zijn boek Tyrocinium linguae Latinae in 1545 regels beschreef, die wel degelijk als golfregels kunnen worden bestempeld. Hij beschreef in een afzonderlijk hoofdstuk het spel ‘nae den cuyl’ , welk spel door de vooraanstaande wetenschapper professor dr. Heiner Gillmeister en de vooraanstaande Schot Archie Baird ongetwijfeld de allereerste vorm van golf moet zijn geweest. Dit was nu typisch Colf met een C.

 

 

Het is even de moeite waard stil te staan bij de verwarring die telkens weer opduikt wanneer er over “Kolven” en Colf” wordt gesproken. Er bestaat dus een “Spel metten Colve” (Pieter van Afferdens’ nae den cuyl) en “Kolven”. Het ene – Colf – is overduidelijk een outdoor spel over grotere afstand, waarbij de bal uiteindelijk in een putje moet vallen.

 

Het ander – Kolven – blijkt uit bronnen is een sport, waarbij de bal met een kliek tegen een paal wordt geslagen en zo punten kunnen worden gescoord. Kolven wordt nog steeds gespeeld. Tegenwoordig gebeurt dit altijd overdekt, maar in de middeleeuwen waren de meeste banen nog in de open lucht. Het kolfspel is een korte baanspel en wijkt dus af van het middeleeuwse lange baancolf.

Een kolfje naar zijn hand

En denk nu niet dat met colf het slaggedeelte (het huidige clubhoofd) werd bedoeld. De maker van de ”Colve” was de maker van de stok, onze huidige “club”, en dezelfde man was ook degene die de kolf maakte voor de musketten. Het oude woord dat daarvoor werd gebruikt was “Klovenier”. Kijk, nu weten we ook waaraan de Kloveniersburgwal en de Klovenierssteeg hun naam ontlenen.

Natuurlijk hebben de Schotten wel iets bijgedragen aan de huidige vorm van golf, een spel dat wordt gespeeld met meerdere stokken waarbij: “een speler staande langs de slaglijn een bal voort slaat tot hij in een hole tot rust is gekomen” en als wedstrijd kan worden gespeeld: “voor het minste aantal slagen”. Maar dat is een ontwikkeling die dan toch in de Lage Landen op gang is gebracht.

Hollanders onderhielden intensieve handelscontacten met Schotland, dat altijd pro Holland was, want dat betekende dat het anti Engels kon zijn.
Daardoor werd het Schotse golf in de Lage Landen gespeeld, terwijl de claim die bestond dat Hollanders het spel naar Schotland hebben geëxporteerd door de Schotten niet werd afgewezen.

Tussen beide landen werd druk handel gedreven in colf-materialen, zo werden in onze Republiek colven van palmhout “die vingers breed en één dik” gebruikt, die “Schotse Klieken” werden genoemd terwijl in Schotland de, in Holland en Brabant gemaakte ballen terecht kwamen (denk aan de ballentrotters van Goirle).

En over en weer werden termen overgenomen en gebruikt. Schots en scheef komt natuurlijk van wat we nu rabbits noemen.

Buiten Colf bestonden er nog twee spelen die als voorloper van het huidige golf worden beschouwd: Jeu de Mail en Chole (Jeu de Crosse). Van “Mail” dat ook in Nederland veel werd gespeeld is ons woord “malie” (een soort houten hamer, in het Engels “Mallet”) afkomstig en zo ook de “Maliebaan”. Jeu de Crosse werd vooral in het noorden van Frankrijk en daarboven gespeeld. Maar ja, strookt dat nog met het hierboven genoemde onderscheid (colf = wel voorloper van golf en kolven = geen voorloper van golf).

Het blijft onduidelijk: In een charter te Brussel uit 1360 wordt straf en boete in het vooruitzicht gesteld aan wie binnen de muren het “spel metten colve pleegde: “Wie het spel metten colve speelt binnen de muren, doet dit op poene van twintig schellingen of het verlies van zijn overkleed’ (vrij weergegeven). Dit was dus binnen.

Er is echter ook een tractaat bewaard gebleven waarin de “burgemeesteren van Haarlem” de rechten verleenden voor het maaien van een stuk land buiten de zuidelijke wal van de stad waarop het colf spel plaats vond. Het recht dit stuk land te gebruiken was verleend in 1497 door Philips de Goede, toen Graaf van Holland. Haarlem had dan ook geen last van vernielde ruiten of andere eigendommen door fanatieke “colvers”. Dat was dus buiten.

Er worden ook steeds weer nieuwe bronnen gevonden waaruit blijkt in welke mate toch door Nederlanders colf werd gespeeld. Onlangs nog vond men in de dagboeken die zijn bijgehouden in “het Behouden Huys” tijdens de overwintering op Nova Zembla – nog voor 1600 dus – een vermelding dat men voor ontspanning zich bezig hield met o.a…….het Colfspel. Waarbij de ballen en de stokken uit hout en walvisbeen werden vervaardigd.

Ook in de verdere archieven van de Verenigde Oost Indische Compagnie worden voortdurend vermeldingen aangetroffen waaruit blijkt dat men colf speelde.

Blijkens een artikel in de “Times of Ceylon” (nu Sri Lanka) van 1932 had men in de nog aanwezige archieven van de VOC meerdere vermeldingen gevonden van bestelling van golfmateriaal. ….”On the golf course (….) 21 golf balls and 19 ditto sticks”. De VOC was in Colombo – Ceylon gevestigd van 1651 tot 1796. Uit de verdere archiefstukken blijkt dat de functionarissen gewend waren in Holland golf te spelen. Lang voor 1600 dus al.
Golf, een woord dat de Schotten hebben afgeleid van het Hollandse Kolf, met een K dus en zo blijft het nog steeds onduidelijk.

Was ik er maar bij geweest, maar helaas, mijn tijd zat er in 1580 op.

Tot een volgende keer.

 

 

 

 

Pieter